Dressuur

Bij het woord dressuur wordt er helaas vaak gedacht aan het beeld dat je tegenwoordig in de meeste ringen op dressuurwedstrijden vindt – ja, ook die van hoog niveau. Dit beeld is niet altijd vriendelijk en er wordt vaak voorbij gegaan aan het doel wat de dressuur zou moeten hebben, namelijk het opleiden van het paard tot rijpaard. Dressuur is niks anders dan dat we het paard leren om fysiek in staat te zijn om een ruiter te dragen. Op een basis niveau dressuur kunnen rijden, of eerder een paard dat de basis van dressuur kent, is in eerste instantie bedoeld (en nodig!) om het paard gezond te houden.

Ik gebruik de woorden ‘een paard dat de basis van dressuur kent’ omdat het helemaal niet nodig is om dit vanaf de rug van het paard aan te leren. De dressuur aan de hand of het ‘handwerk’ doet dat net zo goed. Het kan zowel een aanvulling op het rijden zijn als de voorbereiding voor alles wat je wilt kunnen doen op het paard. Wanneer jouw lijf op het lijf van het paard zit is dat altijd een extra moeilijkheid, jullie moeten er dan direct samen uit komen, in plaats van dat op de grond beide lichamen alles eerst apart kunnen uitproberen. Tijd besteed aan dressuur betaalt zich altijd terug, ook tijdens een buitenrit!

Dressuur aan de hand of onder het zadel zorgt namelijk niet alleen dat het paard veilig de ruiter kan dragen, maar ook dat hij leert om zijn eigen lichaam te controleren. Hij wordt handiger, sterker en stabieler en is daarmee beter in staat om te reageren op onverwachte dingen. Niet alleen met jou, maar ook als hij een sprintje trekt in de wei. Tijdens dressuurtraining train je namelijk niet zozeer aan dressuuroefeningen, je traint aan de balans, de manier waarop het paard zijn lichaam gebruikt om bewegingen uit te voeren en de zelf-houding van het paard, zodat er op elk moment functionele beweging ontstaat. Ja, paarden zijn van nature in staat om allerlei bewegingen zelfstandig uit te voeren, maar dit gebeurt niet altijd met evenveel controle en co├Ârdinatie! Dat hebben ze namelijk niet nodig om weg te rennen van een roofdier, maar wel om een ruiter te dragen of obstakels te navigeren (een hindernis of een hobbelig bospad). Paarden die op jonge leeftijd al zijn uitgedaagd door hun omgeving, met veel vrije beweging en variatie, hebben vanzelf al veel meer controle en co├Ârdinatie.

Om het paard in deze dingen te verbeteren is het belangrijk om dit nooit onder dwang te doen. Het paard moet leren wat de bedoeling is en hoe hij zijn lijf kan organiseren, dit kan alleen maar zonder mentale en fysieke spanning. Een hulp die een paard niet begrijpt heeft geen zin. De druk verhogen op deze hulp heeft logisch gezien dan ook geen zin! Een paard met pijn of een andere manier van discomfort heeft ook stress en spanning, wat goede training alleen maar tegenwerkt. Om goed te kunnen trainen moet dat eerst weggenomen worden, daarna is het een kwestie van hulpen aanleren, tijd en geduld. Met als resultaat een paard dat niet alleen in zijn eigen lijf verbetert, maar rijden ook steeds fijner en makkelijker gaat vinden.